Buiten

Het is zaterdagmorgen. De dag voor Pinksteren. Ik spring uit bed, loop de badkamer in, haal een natte, koude washand door mijn snoet, poets mijn tanden, fatsoeneer mijn haar en hijs me vervolgens in de wielerkleding. Beneden maak ik een licht ontbijt: smoothie van verse aardbeien, banaan, yoghurt en havermout. Ik zet de racefiets klaar, zet de zonnebril en helm op, trek de wielerschoenen aan, zet de sport-app op ‘start’ en ga op weg. Een kwartier gaat voorbij en ik kom niet in een flow. De pijn is voelbaar van de km’s die ik twee dagen daarvoor nog had weggetrapt. In de richting die ik fiets merk ik dat er een straffe oostenwind staat. Ook dat nog. Kwartier wordt een halfuur. Met de route die ik in gedachten heb, weet ik dat ik het komende uur nog steeds tegen de wind in fiets. De twijfel begint toe te slaan. Een uur later staat mijn racefiets weer in de garage en ik onder een warme douche.

Fotocredits: Linda Venema, France.

Ik zie het, in deze bizarre situatie waar we momenteel in leven, maar van de zonnige kant. Het hebben van veel vrije tijd. Doorbetaald worden en doen waar je zin in hebt. Prima baan. Tuurlijk zit ik het liefste nu in Frankrijk bij mijn tenten. Maar het is zoals het is. Zolang ik geen groen licht krijg van mijn werkgever, moet ik het hier thuis maar het beste van maken. Je kunt je druk maken om van alles en nog wat. Laat het los, als je er zelf geen invloed op uit kunt oefenen. Het loopt toch altijd anders, dan dat je het van te voren allemaal bedacht had. Dus waarom zou je je er dan druk om maken? Het komt in ieder geval het humeur niet te goede. Dat is zonde. Er is ook in deze bizarre tijd nog zoveel moois te ontdekken en dat is nu precies waar ik mee bezig ben. Loslaten en vooruitkijken. En dat doe ik daar, waar ik het liefste ben: Buiten.

Het is begin mei als ik een etappe loop van het Hanzesteden pad route. Mijn rugzak is zoals altijd gevuld met proviand, mijn camera en zoomlens. Op zich niks bijzonders, alleen dit keer is het ook aangevuld met attributen om een zandkasteel te bouwen. Ik en mijn grote bek soms ook. Liep ik daar de hele wandeling met een tuinschepje en een plamuurmes in de rugzak. Om uiteindelijk met de schaamte voorbij en een blaar rijker, mijn zandkasteeltje te bouwen voor de #Zandkasteelchallenge aan de oevers van de IJssel.

Fotocredits: Linda Venema, France

De dagen thuis vliegen eigenlijk wel voorbij. De klusjes in en rondom huis zijn wel gedaan. Toch volgen naar een paar goeie dagen, de mindere dagen elkaar op. Juist op zulke dagen merk ik dat ik het werk ontzettend mis en dat er weer bepaalde gedachten door mijn hoofd gaan. En net op het moment dat ik sikkeneurig mijn badkamer sta schoon te maken, worden er prachtige mooie foto’s vanuit Frankrijk – als hart onder de riem – naar mij toegestuurd. Het tovert een glimlach op mijn gezicht en weet ik gelijk weer dat ik vooruit moet kijken; de bergen lopen niet weg.

Nadat de blaar onder mijn voet is genezen, loop ik weer een lange afstandswandeling, dit keer in Drenthe. Een mooie, rustige tocht, waar ik nauwelijks mensen ben tegengekomen. Doorgewinterde wandelaars haal je er zo uit. Sportief gekleed, rugzak, wandelschoenen, kaart in de hand, met of zonder wandelstok, met of zonder hond. Op die ene na dan, die ik op deze route tegen kwam. Zo uit het niets komt uit het bos een jongeman verdwaasd naar mij toelopen. Zwarte parka met bontkraag, zwart shirt, grote gouden ketting, zwarte strakke broek, roze petje en witte schoenen met roze veters. Nou niet het doorgewinterde type wat ik meestal tijdens mijn wandelingen tegenkom. Net op moment dat ik toch onbewust een oordeel in mijn hoofd vorm, vraagt hij heel beleefd of ik de weg weet naar de parkeerplaats, want hij was een beetje verdwaald. Ik had op de lippen om te zeggen “dat idee had ik al”, in plaats daarvan vertel en wijs ik hem netjes de weg terug naar de P van Parkeerplaats. Hij bedankt mij en vervolgt zijn weg. Ik kijk hem lachend na.

Fotocredits: Linda Venema, France

“Nou mevrouwtje, u heeft een pittige wandeling achter de rug”. Ik kijk naar rechts, als een man met zijn jeep naast mij zich staande houd. Ik ben bezig met de laatste meters naar mijn auto van een inderdaad pittige lange wandeling nabij Nieuwegein bij de Hollandse Waterlinie. Pittig, omdat het een niet alledaagse wandeling is, die ik normaalgesproken loop. “Ik zag u vanmorgen hier ook al lopen en u loopt hier nog steeds, knap hoor. U loopt niet echt soepeltjes meer, moet ik zeggen”. Nee, daar geef ik hem gelijk in, echt soepel is het niet meer. “Nog een klein stukkie, mevrouwtje, dan bent u er”. Hij steekt de duim omhoog en al lachend en knipogend stuift hij mij voorbij.

Het is zaterdagmiddag. De dag voor Pinksteren. Ik stap onder de douche vandaan. Het was niet de dag van de racefiets. Soms heb je de wind mee, soms heb je de wind tegen. Loslaten en vooruitkijken.

Ik bekijk het maar van de zonnige kant. Het hebben van veel vrije tijd. Het voelt als een sabbatical. Dat doen waar ik nu zelf zin in heb. Geen stress. Geen tijdsdruk. Volledig ontspannen. Het komt in ieder geval mijn humeur ten goede. Dat is mooi. Want in deze bizarre tijd blijft er nog zoveel moois te ontdekken, en dat is precies wat ik voorlopig maar blijf doen. Loslaten en vooruitkijken. En dat doe ik daar, waar ik nu op mijn best ben: Buiten.

Fotocredits: Linda Venema, France

Noot van de schrijver:

Speciale dank aan Linda Venema voor het toesturen van de prachtige, mooie foto’s van mijn geliefde bergen in Frankrijk. Ik kijk uit naar de volgende prachtige serie 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.