Arrivederci

Zondag 26 september. Regenachtige dag. Het is echter niet koud, de korte broek kan nog steeds aan. De laatste gasten checken uit en als de laatste echt vertrokken is doe ik mijn rondje om het smerige linnengoed op te halen, de achtergelaten boodschappen weg te gooien, of als het nog niet aangebroken is mee te nemen. Boven bij de receptie gooi ik het linnengoed op de grote hoop die er al ligt om opgehaald te worden door het schoonmaakbedrijf. Het is harder gaan regenen, ik doe mijn regenjas aan, pak mijn golfkar vol met de spullen die ik voor die dag nodig heb. Ik rij weer naar beneden om een vervolg te gaan geven aan de afbouw. Ik stap de laatste tent in, wetende dat daar een aantal weken geleden een dikke rat is gesignaleerd. Helemaal gerust stap ik die tent niet in, maar na een grondige inspectie heb ik mijzelf overtuigd dat de rat niet meer aanwezig is. Ik doe mijn oortjes in, zet de muziek aan en sluit mij af van de wereld. Geen gasten,  geen krijsende baby’s en – ik noem het maar even zo – geen subtiele opmerkingen naar mijn hoofd geslingerd krijgen. Alleen ik, afgesloten van de wereld met muziek in de oren en mijn gedachten over dit seizoen.

Het voorseizoen verliep rustig. Op mijn gemak 52 bbq’s in elkaar zetten in de zon was zeker geen straf. Ik leer de camping kennen, het personeel en de accommodaties. Omdat het montageteam al voor 90% de opbouw doet, is de laatste 10% wat ik moet doen een peulenschilletje. Ik was anders gewend en ik voelde mij op een gegeven moment een “luie campinghost” worden. Het gaf mij echter wel de tijd om de werkwijze van de organisatie beter te leren kennen. Contact werd gelegd met de Frontoffice in Frankrijk en voor de Operationele zaken met het kantoor hier in Italië. En dat kantoor schijnt hier achter deze camping te liggen.

Laatst belde een collega van dat kantoor op met de mededeling dat ze een nieuwe collega even de camping wilde laten zien en vertelde me dat ze binnen 5 minuten er zouden zijn. Ik dacht oké, 5 minuten? Maar inderdaad binnen 5 minuten kwamen ze aangelopen en ik moest er zelf om lachen, want het is voor mij nu nog steeds een raadsel waar dat kantoor dan is.  

De gasten komen. Gelijk voel ik mij weer als een vis in het water. Het praatje bij de receptie, naar de accommodatie brengen, de eerste subtiele opmerkingen ontvangen, problemen oplossen, mijn dagelijkse rondje, beetje kletsen hier, een beetje kletsen daar. De klappen van de zweep, inherent aan dit werk. Prima. Het wordt drukker en drukker. Het voorseizoen gaat over in het hoofdseizoen. Binnen no time zitten alle accommodaties vol. Telkens weer 52 gezinnen, waarvan ik ook weet dat je ze niet allemaal tevreden kan houden, hoe graag ik dat ook zou willen. Het is hun vakantie, zij moeten zelf de slingers ophangen. Tijdens mijn dagelijkse rondje kan ik ze voorzien in informatie, tips of gewoon even het gezellige campingpraatje. Toch begint in die periode langzaamaan een onbehaaglijk gevoel te komen. Het is iets waar ik dan nog geen vinger op kan leggen. Ik laat het los en ga verder met mijn werk.

Mijn Hollandse ongeduld wordt regelmatig op de proef gesteld met de “stiptheid” van de Italiaanse schoonmaakploeg. Ik heb het liefste dat gisteren de accommodatie is schoongemaakt. Dan is het maar klaar. Dat gaat met een B2B, backtoback, uiteraard niet. (B2B is een vertrek uit en een aankomst op de dezelfde dag in één accommodatie). Dat moet dezelfde dag schoongemaakt worden. De communicatie met het vaste team van de schoonmakers verloopt op zich prima, Google Translate is onze grote hulpvriend. Als om 13.00u het team nog niet is gearriveerd en wetende dat 16.00u de gasten kunnen inchecken, zit ik op hete kolen en stuur ik een appje in het Italiaans, knippen/plakken vanuit Google Translate, naar desbetreffende teamleider, waar ze blijven. En net op het moment dat ik zelf denk ik ga zelf maar vast beginnen, maar tegelijkertijd op de vingers getikt worden door mijn leidinggevende: “Nee Marrit, niet jouw taak, heb geduld, komt goed”, zie ik inderdaad de schoonmaakploeg de camping op lopen. Want ja, 15.59u alles schoon, is toch ook op tijd? Het is overigens maar 1x voorgekomen in het hele seizoen dat ze niet op tijd klaar waren. Waar maak ik me dan druk om?

Het seizoen vordert. Het is lekker druk en ik sjees met mijn geliefde golfkarretje de camping over met van alles en nog wat. Gezellige gesprekken, humor, uitstekende contacten met de camping zelf, af en toe een subtiele opmerking van een gast, dat hoort er ook bij. Het gaat best lekker. Alleen, wordt dat onbehaaglijk gevoel steeds meer. Begin ik er meer grip op te krijgen en te beseffen dat camping/glamping 2.0 niet dat kamperen meer is waar ik mee opgegroeid ben.

De wereld is harder geworden tijdens deze pandemie. Men wil meer, meer, meer voor weinig. Het is ik, ik, ik en men “vindt” er overal iets van.

Een vrouw komt op dag 2 van haar vakantie naar mijn  receptie. Zegt ze: “Het klinkt misschien een beetje egoïstisch,  maar kunnen wij ruilen met gasten die vandaag aan komen die een beter uitzicht hebben dan wij nu hebben, dat hoeven die gasten toch niet te weten?” Alarmbellen gaan af bij mij. “Met andere woorden, zeg ik, u gunt uw medemens, die dezelfde soort tent heeft, dezelfde prijs heeft betaald, uw mindere uitzicht en dan krijgt u een beter uitzicht? Houdt u er ook rekening mee dat er een hele planning aan de achterkant vastzit? Wij kunnen niet even zomaar ruilen.” “Nee, nee”, dat begreep ze wel. Ik zeg lachend erachteraan, “ik kan u wel ruilen met uw zoon die vandaag aankomt, zelfde tent, zelfde periode, zelfde rij en beter uitzicht, u zoon hoeft het niet te weten, toch? “Nee, dat wil ik niet hoor, schreeuwt ze uit, ik ga niet ruilen met mijn zoon. Nee joh, we blijven wel zitten, u heeft ook wel gelijk, de tent is verder overigens prima hoor, alleen een beetje jammer van het uitzicht”. Dan gaat u lekker vaker bij het restaurant borrelen, daar heeft u een prachtig uitzicht”. Ja, hahaha, dat hebben we gistermiddag gelijk al gedaan. Prachtig daar.” We wensen elkaar een fijne dag toe, ik draai me om en denk tegelijk: “Hoezo, ik, ik, ik?”.

Wat ik me ook meer ga beseffen bij glamping 2.0, dat de generatie onder mij, (ik scheer niet alles over 1 kam) behoorlijk mondiger is geworden, totaal niet nadenken maar direct hun oordeel klaar hebben liggen.

Als ik 2 vriendenstellen te woord sta bij de incheck en ik vertel e.e.a. over de camping en ik kom aan bij het punt dat de auto na het uitladen van de bagage teruggezet moet worden op de parkeerplaats voor de camping, dan draait het gesprek 180 graden. Hoe wij het dan in onze hoofd halen om het dan wel op de site te zetten dat er een parkeerplaats is bij de accommodatie, alle beren op de weg worden naar mijn hoofd geslingerd, belachelijk dit, belachelijk dat. Ik kom er gewoon niet meer tussen. En wie dan de rekening betaalt als de auto wordt gejat en is er wel bewaking en dat ze direct de klantenservice gingen bellen om een klacht in te dienen. Ik zeg nog dat de campingregels leidend zijn t.o.v. de regels wat bij ons op de site staat. Als de camping bepaalt dat het autovrij is, dan is het autovrij. De opmerking slaat kant noch wal, komt compleet niet binnen bij deze gasten. Sterker nog, ze lopen al weg met de telefoon in handen om een collega in NL van de klantenservice te bellen en de klacht in te dienen.  Einde incheck.

Wees een dankbaar met wat je hebt. Besef eens wat je thuis hebt. Geniet. Doordat men steeds meer, meer, meer wilt, is het steeds meer hebben niet meer genoeg. Waar stopt het? De wereld verhard. Dat is jammer en zo niet nodig.

Maar gelukkig zijn er ook nog een groot aantal gasten die weten wat het is om te kamperen. Dat het niet zoals thuis is. Gewoon kneuterig, gezellig en bbq-tje aan. Twee, drie weken eropuit trekken, altijd in zijn voor een leuk gesprek, heerlijke humor meebrengen, niet neerkijken op een beestje meer of minder in hun accommodatie en hun dankbaarheid tonen voor de geleverde service. Ze zijn er gelukkig nog.

Vier seizoenen campinghost. Elk seizoen met zijn mooie en bijzondere momenten. Uiteraard worden die mooie en bijzondere momenten soms afgewisseld met momenten die je weer snel wilt vergeten, maar ze horen er wel bij. En het hoort denk ik ook zo te zijn dat die mooie en bijzondere positieve momenten de boventoon moeten voeren.

En hoewel er gelukkig nog heel veel gasten zijn die begrijpen wat kamperen is en waar ik ook zeker veel van heb genoten, was dit 4e seizoen het toch niet helemaal wat ik voor ogen had. Het was meer het omgekeerde. Ik weet dat ik als campinghost subtiele opmerkingen te horen krijg, ik ben getraind erin hoe daarmee om te gaan, dat ik het niet persoonlijk moet opvatten, dat ik soms er wat mee moet doen en een andere keer gewoon moet loslaten. Maar kan ik het nog loslaten als ik dag in, dag uit 5 a 6 subtiele opmerkingen en soms subtiele dreigementen naar mijn hoofd geslingerd krijg, gegrond, ongegrond en vaak ook over de meest onzinnige dingen en dat gedurende 8 weken lang van het hoogseizoen? Dat ik op het eind van die 8 weken op een gegeven moment elke keer met lood in de schoenen toch maar weer mijn receptie open en probeer om weer iets van de dag te maken? Dat mijn zelfvertrouwen en passie en liefde voor dit werk een flinke deuk heeft opgelopen? Kan ik het dan nog loslaten? Ik weet het niet. Het was wel typerend voor dit seizoen. Het maakte mijn seizoen.

Tegelijkertijd moet ik er wel bij zeggen, dat dit seizoen ook zeker wel pluspunten heeft gebracht. Met wat ik had en wat ik nu heb heeft mij positief verrast, dat ik het werk van Campinghost bij deze organisatie met deze werkwijze ook ben gaan waarderen. Misschien komt het wel doordat ik ook ouder wordt, en besef dat wat ik nu heb en doe, voor mij genoeg is. Ambitie en dromen zijn er zeker nog wel, het heeft alleen geen haast meer.

Ik heb Italië mogen ontdekken, ik heb prachtige natuur hier gezien, gewandeld en roadtrips gemaakt. Het blijft elk seizoen wel een cadeautje om voor je werkgever een baan in het buitenland te mogen uitoefenen en tegelijkertijd ervan te genieten. Daar ben ik elke keer wel dankbaar voor.

Het was weliswaar niet helemaal het seizoen wat ik voor ogen had. Ik heb wel weer hele leuke, lieve nieuwe mensen en collega’s mogen leren kennen. Het is een compliment als mijn leidinggevende mij graag hier volgend seizoen terugziet komen, terwijl hij ook tegelijkertijd zijn twijfel uitspreekt of hij mij wel terugziet, gezien dit seizoen. “Dan weet je wat jij hier moet doen in de winter, wil jij mij hier terugzien”, was mijn antwoord. Ook leuk om te horen dat de meiden van de campingreceptie, mij eigenlijk liever niet zien gaan, ze hebben me zelfs een baan aangeboden; ik heb vriendelijk bedankt.

En ik? Ik kan er op dit moment nog geen zinnig antwoord op geven.

Diep in mijn hart weet ik, dat campingwerk mijn passie is. Heb ik dit seizoen ook geleerd waar echt mijn passie ligt in dit werk. Maar dat het niet elk seizoen rozengeur en maneschijn is, is mij ook duidelijk geworden. Daarom een Arrivederci, wat volgens de letterlijke vertaling van Google Translate “tot we elkaar weer ontmoeten” is. Dus wie weet waar we elkaar weer gaan ontmoeten.

Dit seizoen is klaar.

Ik wil naar huis.

2 reacties:

  1. De ‘leukheid’ van de gasten (met name die in het hoogseizoen) heb ik letterlijk per jaar minder zien worden. (Overigens zag/zie ik deze ontwikkeling niet alleen op de camping, maar overal. ) Toch blijft campingwerk het mooiste werk !!!

  2. Hoi Marrit,
    Wat een duidelijk en herkenbaar camping verhaal….
    Heb het met veel interesse gelezen en het maakt mij nieuwsgierig naar meer verhalen van jou.
    Wens je een mooi “winter seizoen”.
    En laat de negativiteit het nooit “winnen”van het positieve.. 😉

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.