Praatjesmakers

Ik weet niet wat het is. Ik kan het ook niet echt goed uitleggen. Maar kinderen komen altijd naar mij toe om iets te vertellen. “Wat heb ik dan in mij om een praatpaal te zijn voor kinderen?”, denk ik dan. Ik doe toch niks bijzonders? Ik geniet zeker van kinderen, gewoon de heerlijke logica die een kind heeft. Lekker recht voor de raap, eerlijk en duidelijk. Misschien zijn dat juist de kernwoorden die ook bij mij hoog in het vaandel staan en wat daarom voor een kind een reden is om mij als praatpaal te zien. Ik zou echt niks wat anders kunnen bedenken wat ik voor een kind ben. Kinderen zijn leuk, tot voor mij op zekere hoogte, want ook ik zal eerlijk zijn. Ik ben er ook wel eens “klaar” mee. Dan denk ik wel eens, “oké jongens…opzouten nu en naar bed…..”. En toch blijven ze terugkomen daarna…., ik begrijp er soms echt niks van.

Hier op deze familiecamping zijn heel veel kinderen uit alle windstreken van Europa. Kinderen begrijpen elkaar. Of je nu uit Nederland komt of uit Frankrijk, kinderen spelen spelenderwijs met elkaar. Zij zien niet die beren op de weg, die wij volwassenen alleen maar zien. Menig volwassene zou heel veel kunnen leren van de simpele kinderlogica die een kind heeft. Wij, volwassene maken het ons zo vaak moeilijk, terwijl een kind heerlijk, simpel logisch denkt en verteld. Dat is hier op deze camping niet anders. Ik neem jullie mee in een aantal anekdotes die ik hier inmiddels heb meegemaakt met kinderen. En net zoals in het blog “Praatpaal”, hou vooral het beeld vast.

Ik zit letterlijk en figuurlijk met mijn receptietent achter een bloembak met geraniums. Ik sta rustig de oude bloempjes eruit te halen en de plant water te geven. Hoor ik opeens een kinderstem naast me ‘Wat ben je aan het doen?” Ik kijk op en zie daar een meisje staan van amper 5 jaar oud. “Ik ben de plant water aan het geven en de oude bloempjes eruit aan het halen”. “Waarom dan?”. “Ik geef hem water, zodat de plant kan blijven groeien en ik haal de oude bloempjes eruit, zodat er nieuwe bloemetjes kunnen ontstaan”. “Mama heeft ook heel veel bloemetjes in de tuin”. “Oh, dat is wel gezellig, toch?” “Ja, ook mama doet bloemetjes eruit plukken, ik vind dat wel een beetje raar”. “Waarom is dat raar”, vraag ik haar. “Nou, een plant gaat toch ook dood?” “Waarom zou je dan de bloemetjes eruit halen, als de plant toch dood gaat?” En vrolijk huppelt ze verder, mij met een half vol gietertje en bek vol tanden achterlatend. Ik ben gelijk maar gestopt met de plant. Het gaat toch dood….

Een klein blond knulletje komt mijn receptietent binnenlopen. “Ik moest van mama vragen, of je ook aftrekkers hebt?”. Oké, versta ik dit nu goed? “Wat moest je vragen van mama?” “Of je ook aftrekkers hebt?” zegt hij nog een keer. Oké, ik heb het toch goed verstaan. “Aftrekkers”, ik kijk hem echt quasimodo aan. Een klein, blond knulletje die mij komt vragen of ik aftrekkers heb. Ik heb daar natuurlijk een bepaald beeld bij. Maar ik geloof niet dat dat knulletje dat bedoeld wat ik voor ogen heb. Dus ik zeg maar wijs “ik loop wel even naar je moeder toe en dan vraag ik wel even wat ze nu bedoelt”. “Ja is goed”, zegt ie, “ik moest het alleen maar vragen, ik weet ook niet wat het is”. Samen lopen wij naar de mama. De mama ziet ons aankomen lopen en zegt “je hebt geen aftrekker bij je”. En weer kijk ik quasimodo. Oké, hoe ga ik dit nu, omringd met een aantal kinderen, netjes zeggen. “Kijk, wij Nederlanders hebben een bepaald beeld bij het woord “aftrekkers”, dan wat jullie Belgen daadwerkelijk denk ik bedoelen”. Ik vond het zelf wel aardig netjes gezegd, zo met de kinderen om ons heen. Even is ze stil en je ziet haar denken, dan zegt ze “tja, het is wel een raar woord eigenlijk”. Ik maak zo’n gebaar, van “wat is het nu?”. “Je weet wel, zo ding waar je de vloer mee kunt kuisen”, zegt ze. Dat woord ken ik dan wel weer. Kuisen=schoonmaken. Het lichtje gaat branden. “Oh, u bedoelt een vloerwisser?” “Ja”, zegt ze, “die bedoel ik”. “Mama, zegt dat dan ook, dat is veel duidelijker”, zegt het knulletje. “Ja mama”, zeg ik tegen haar lachend. “dat is wel wat duidelijker”. “Ik heb een vloerwisser bij mij in de receptietent staan, kunt u zo pakken”. “Kom ik het zo even halen”. “Helemaal goed”. En daar ging ze later heen met haar “aftrekker”.

Ik moet in een safaritent een lamp vervangen bij een gezin. Kom ik aangelopen zie ik het zoontje en zijn vader bij de waterkant staan, moeders staat op de veranda naar ze te kijken. Het zoontje ziet mij en schreeuwt naar boven: “mevrouw van de Vacansoleil, we horen de kikkers wel, maar we zien ze niet”. “Ja, ze zijn wel heel duidelijk hoorbaar”, zeg ik. “Weet je wat het voor kikkers zijn?” vraag ik hem. “Nee”, krijg ik als antwoord. Ik zeg doodleuk “kwakende kikkers”. Vader, moeder en ikzelf schieten in de lach. Zoontje blijft bloedserieus en vraagt “maar waarom kwaken ze zo dan, hebben ze honger?” Ja, hoe ga ik hier dan weer wijs op antwoorden? “ze hebben een bepaald soort van honger”. “Huh”, hij kijkt mij verbaast aan. Ik zeg “ze kwaken naar de vrouwtjes”. “Oh ja, dat hebben wij op school gehad, krijg je kikkerbilletjes van he?” “Je hebt goed opgelet op school, knap van je” zeg ik hem. Hij glundert. Het is een seconde of wat stil bij hem en dan opeens zo uit het niets schreeuwt ie: “Papa heeft ook wel eens honger en dan kwaakt ie ook naar mama”…..Oké, ik heb het beeld voor ogen. “Zeg maar niets”, zeg ik tegen de mama, “Ik ga NU de lamp vervangen” en loop lachend naar binnen.

Zit ik na mijn werktijd op de veranda met een bord macaroni op schoot te eten. Komt er een jongetje aangelopen en staat wat te dralen bij mij mobile home. Ik vraag hem of hij iets wil vertellen. “De camping kat is een hagedis aan het opeten”. “Gadver”, zeg ik tegen hem. “Hij heeft hem al doormidden, en de botjes steken eruit en heeft allemaal bloed om zijn bek en ook de staart van die hagedis heeft die half in de bek”, vertelt ie glunderend…Ik heb het beeld nu duidelijk voor ogen. Wil ik dit allemaal weten? Toch vraag ik hem, waar de andere helft dan is van die hagedis. “Ja dat ligt naast hem op de grond, bloederig en allemaal botjes eruit”. “Hij is nog bezig met eten”. “Nou, dat wilde ik je even vertellen”. “Ik ben er blij mee” vertel ik hem. “Doei”, schreeuwt ie en weg is hij. Ik kijk naar mijn bord macaroni, zucht een keer diep en denk ”Eet smakelijk, Marrit”.

Een gezin van 6, vader, moeder en 4 kinderen staan bij mij bij de receptietent in te checken. Kinderen helemaal hyper na een lange autorit. We praten wat zo heen en weer en zegt de oudste opeens “ik ben net jarig geweest”. “Gefeliciteerd” zeg ik haar. “Hoe oud ben je geworden?” “Tien jaar”. “Mooie leeftijd” zeg ik haar. Waarop een ander kind lachend zegt “Papa is net veertig geworden” “Is al best wel oud he?” En of ik het wist dat de vraag ging komen, “Of bent u nog ouder dan papa?”….Ik kijk hem aan en vervolgens wend ik mij lachend naar de ouders en zeg “Laten wij nu maar vooral doorgaan met de incheck”…”Ja, zegt de moeder begrijpend en lachend, laten we dat vooral nu maar doen”….

En zo kan ik wel door blijven gaan met de vele anekdotes die kinderen hier op de camping mij allemaal vertellen. De één heel opgetogen en uitbundig, de ander wat gesloten, maar altijd is er bij elk kind die lach op het gezicht. Daar kun je als Campinghost alleen maar blij van worden. En of een kind nu 2 is, of 12, de high-five blijft een geweldig mooi begroetingsmiddel of afsluiting van een gesprek tussen mij en de praatjesmakers. Je ziet ze glunderen. Dat is toch prachtig mooi?

5 reacties:

  1. Kinder coach misschien iets voor jou? En de moraal van het verhaal…wat kun jij van de kinderen leren hahahaha..leuk hoor. Nu weer materiaal verzamelen voor een volgend verhaal.

  2. Geweldig Marrit!
    Kinderen zijn gewoon leuk
    Kijk maar uit wat je zegt…

  3. Jij hebt veel meer talenten dan je zelf misschien wel ooit vermoed hebt. Je huidige baan, omgaan met kinderen (en grote mensen), verhaaltjes schrijven. Het gaat je allemaal even goed af. En hoewel ik weet dat het niet altijd zo is, doe je alles ook nog met veel plezier. Geniet nog heel veel van je weken daar. Daarna moeten we maar weer snel aan een reünie gaan denken voor je weer verdwenen bent

  4. Beste Marrit,

    je hebt nog steeds je humor en prachtig schrijftalent van de Marrit vroeger bij de bank. Heerlijk om te lezen en wat ontzettend goed van je zoals jij dit werk doet. Chapeau.
    Groeten,
    Elly

  5. Wat een mooie verhalen weer! Trots op dit wijffie!,

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.